Overslaan en naar de inhoud gaan

Familiebedrijven en de kracht van ‘betrokken eigenaarschap’

Categorie:
Uitdagingen in familiebedrijf

Datum:
31 januari 2017

Jozef Lievens is een Belgische advocaat en tevens adviseur voor familiebedrijven en hoogleraar aan EHSAL Management School in Brussel. Hij schreef in 2016 het boek ’Betrokken eigenaars, sterke familiebedrijven’. Daarin stelt hij dat het feit dat concerns geleid door families het steevast beter doen dan andere ondernemingen als er sprake is van ‘betrokken eigenaarschap’. Een verkenning van Lievens’ ideeën en inzichten.

Centraal in het denken van Lievens staat de notie dat familiebedrijven beter presteren dan niet-familiebedrijven omdat de familie tevens eigenaar is van het bedrijf. En wie eigenaar is van iets, gaat daar doorgaans bewuster mee om dat iemand die geen eigendom heeft. Die bewuste, of beter gezegd betrokken omgang met de eigendom is daarmee een succesfactor geworden, die de familie een hefboom geeft om een sterk bedrijf uit te bouwen.

Vervolgens zoomt Lievens in op wat dat ‘betrokken eigenaarschap’ dan precies inhoudt. Dat komt deels neer op zaken die te maken hebben met houding en gedrag (aandacht schenken aan waarden als financiële soberheid en bescheidenheid, de juiste spelregels vastleggen en oog hebben voor noodzakelijke structuren en goed management), maar in veel belangrijkere mate op het hebben van een duidelijke (langetermijn)visie.

Familieprotocol

Lievens, zelf telg uit een ondernemende familie, geeft in diverse interviews toe dat zijn boek ‘best wel een programma’ bevat dat ‘een permanente inspanning van de familie vergt om dit op een rij te hebben’. Dat programma valt uiteen in acht aanbevelingen waarvan sommige zeker waardevol lijken, andere echter een nogal algemeen karakter hebben. Zo is de aanbeveling ‘vaardigheden te ontwikkelen in communicatie en conflictoplossing’ nauwelijks specifiek nuttig voor familiebedrijven, maar voor elk bedrijf dat niet snel ten onder wil gaan aan interne conflicten over strategie, tactiek of operatie.

Interessanter is wat Lievens te berde brengt ten aanzien van de governance van familiebedrijven. Hij hamert op belang van een efficiënte, goedwerkende raad van commissarissen en het belang van externen daarin. Ook geeft hij de lezer behartigenswaardige adviezen ten aanzien van de inrichting van de familiale governance, waarbij het opstellen van een zogeheten ‘familieprotocol’ centraal staat (zie ook Capital Magazine #8 > artikel NNZ). Daarin kan bijvoorbeeld worden vastgelegd wie er in het familiebedrijf kan komen werken en welk opleidingsniveau en welke ervaring buiten het familiebedrijf daarvoor nodig zijn. Ook beveelt hij aan talentvolle jonge familieleden enkele jaren ‘mee te laten lopen’ zodat zij aan den lijve ervaren wat (betrokken) eigenaarschap in de praktijk inhoudt. Al deze aspecten betalen zich uiteraard ook uit als het heikele onderwerp bedrijfsoverdracht op de agenda staat.

Nieuw talent

Lievens is bepaald geen voorstander van familiebedrijven die aan de spreekwoordelijke ontbijttafel bepalen wat goed voor ze is en hoe ze de business runnen. Een sterk familiebedrijf is (in de auteurs soms flamboyante Vlaams) ‘alert naar het externe element’ en staat ‘permanent op de uitkijk voor nieuw talent’, of dit nu managers betreft of commissarissen. Ofwel: zolang de familiewaarden maar centraal staan en er binnen de familie overeenstemming is over de koers, is elk familiebedrijf erbij gebaat dat de ramen openstaan en er zo nu en dan een frisse wind naar binnen waait.

Het boek ‘Betrokken eigenaars, sterke familiebedrijven’ van Jozef Lievens is onder meer te bestellen op Managementboek.nl