Overslaan en naar de inhoud gaan

Roberto H. Flören over de hernieuwde waardering voor familiebedrijven

Categorie:
Uitdagingen in familiebedrijf

Datum:
20 juni 2016

NPM Capital is één van drie sponsoren van de Baker Tilly Berk Leerstoel Familiebedrijven en Bedrijfsoverdracht van de Nyenrode Business Universiteit. Volgens Head of Faculty Roberto H. Flören is er inmiddels breed sprake van hernieuwde waardering voor familiebedrijven als crisisbestendige ondernemingsvorm. 

U bent al in 1992 begonnen met dit onderzoeksprogramma naar familiebedrijven. Wat is er de afgelopen twee decennia zoal gebeurd op dit terrein? 

“Toen we deze leerstoel startten was het imago van familiebedrijven niet erg goed. Ze werden geassocieerd met ‘stoffig’, ‘ingeslapen’ en ook weinig sexy. Laat ik zo zeggen: mijn studenten wilden er in ieder geval niet werken. Dat beeld is inmiddels duidelijk ten goede gewijzigd. Deels omdat familiebedrijven zelf professioneler zijn geworden, maar ook omdat de maatschappelijke perceptie is veranderd. Tot circa 2000 was de focus sterk gericht op het maximaliseren van aandeelhouderswaarde. 

Het devies was: zo snel mogelijk groeien, zo snel mogelijk naar de beurs en dividend is ‘king’. Toen kwamen de eerste grote schandalen – Enron, Ahold – gevolgd door een reeks van internationale financiële crises. En toen bleek dat familiebedrijven het eigenlijk relatief goed bleven doen: ze hadden er natuurlijk wel last van, maar ze bleven wel doordraaien en vielen minder snel om. Het bleek zogezegd een relatief crisisbestendige ondernemingsvorm, en dat heeft, met de al eerder genoemde professionalisering, tot een hernieuwde waardering voor het familiebedrijf geleid.”

U bent sinds 2002 hoogleraar met een gesponsorde leerstoel. Hebt u de handen vrij, onderzoekstechnisch gesproken? Of moet u verantwoording afleggen aan uw sponsoren?

“Onderzoek in samenwerking met het bedrijfsleven en andere stakeholders is in Nyenrode het dominante model omdat we, in tegenstelling tot andere universiteiten, helemaal geen subsidie van de overheid ontvangen. Daarbij streven we altijd naar langlopende overeenkomsten, wat belangrijk is voor de stabiliteit van de onderzoeksprogramma’s. 

Doorgaans signaleren wij als eerste ontwikkelingen die we belangrijk vinden en willen onderzoeken, en die bespreken we vervolgens met onze sponsoren. We bepalen dus niet vanuit een ivoren toren wat we onderzoeken: we zoeken naar onderzoeksvelden waarvan de uitkomsten zowel de wetenschap als de ondernemerspraktijk dienen. Dat zie ik ook echt als de specifieke kracht van het Nyenrodiaanse model, dat we in staat zijn een brug te slaan tussen wetenschap en praktijk. 

Natuurlijk gaat dat de ene keer gemakkelijker dan de andere keer. Ons meest recente onderzoek naar goed bestuur was een schot voor open doel: een belangrijk onderwerp dat binnen familiebedrijven nog nauwelijks onderzocht was. Daarnaast presenteerden we eind 2015 de uitkomsten van een onderzoek naar de vraag in hoeverre familiebedrijven hun ‘status aparte’ inzetten in hun marketing. Sommige familiebedrijven maken daar bewust gebruik van in communicatie met klanten en op de arbeidsmarkt, andere juist bewust niet. Daar hadden sponsoren aanvankelijk wel enige moeite mee, maar toen we eenmaal aan de slag gingen bleken de onderzochte ondernemers juist razend enthousiast omdat het bij veel bedrijven echt een issue blijkt te zijn.”

Wat kan NPM Capital bijdragen aan deze leerstoel? 

“Familiebedrijven passen erg goed bij NPM Capital. De onderneming is niet alleen dochter van SHV, één van de grootste familiebedrijven van Nederland, maar ze heeft ook een indrukwekkend track record als het gaat om het vaak vele jaren lang participeren in familiebedrijven. We hopen van de ervaring en de inzichten die dat heeft opgeleverd mede te kunnen profiteren.”

U zei net dat familiebedrijven professioneler zijn geworden. In welk opzicht? 

“De vanzelfsprekende opvolging van kinderen in het bedrijf is duidelijk aan erosie onderhevig: er zitten nu veel vaker mensen van buiten de familie in de top van het bedrijf. En als er al een zoon of dochter zit, dan is die doorgaans veel beter opgeleid dan de vorige generatie, wat je terugziet in een veel modernere management- en communicatiestijl. Uit recent onderzoek is gebleken dat familiebedrijven ook steeds professioneler worden in hun governance, al lopen ze daarin wel nog steeds achter op de rest van het bedrijfsleven. 

“Familiebedrijven gaan in veel opzichten iets meer lijken op niet-familiebedrijven, maar blijven anders als het gaat om respect voor tradities en een sterke binding met de regio.”

En tot slot zie je, eveneens voorzichtig, een trend om niet alles op basis van de eigen solvabiliteit te willen financieren, maar ook van andere financieringsvormen gebruik te maken. Er zit dus beweging in, familiebedrijven gaan in veel opzichten iets meer lijken op niet-familiebedrijven. Al blijven ze ook wel weer echt anders: zaken als respect voor bepaalde tradities of een sterke binding met de regio, die vind je nog steeds terug.”

In het vijfde nummer van Capital Magazine stelt een bestuurder dat familiebedrijven doorgaans grotere risico’s nemen dan niet-familiebedrijven. Herkent u dat? 

“Jazeker. Daarom zijn familiebedrijven op de lange termijn succesvoller en winstgevender dan niet-familiebedrijven, dat is over heel de wereld zo. Kijk, de meeste beursgenoteerde ondernemingen zijn gebaat bij het uitkeren van een stabiele dividendstroom. Als familiebedrijf kun je daar veel flexibeler in zijn en investeringen doen die pas op de lange termijn rendement geven, maar dan ook direct véél rendement. Als je maar een beperkte groep zeer betrokken aandeelhouders hebt, dan kun je zoiets gemakkelijker uitleggen dan dat je een aandeelhoudersvergadering van 300 man in de Beurs van Berlage moet overtuigen. Ze kunnen dus vaak méér investeren in innovatie en risicovolle producten, daar waar het niet direct in de standaard spreadsheets van beursgenoteerde ondernemingen past om zulke risico’s te nemen.” 

“Familiebedrijven zijn op de lange termijn succesvoller en winstgevender dan niet-familiebedrijven.”

Wat staat er, tot slot, de komende jaren op uw verlanglijstje om nader te onderzoeken? 

“We gaan de komende tijd nog intensiever kijken naar de rol van de zogenaamde niet-actieve aandeelhouders, ofwel familieleden die aandeelhouder zijn maar niet in het bedrijf werkzaam zijn. Hoe zorg je ervoor dat die op zeker moment niet van het bedrijf vervreemden en quasi als een gewone aandeelhouder alleen nog maar op dividend zitten te wachten. Soms heb je na twee, drie generaties wel 30 aandeelhouders: hoe manage je zo’n proces goed? We hebben gemerkt dat dit een onderzoek is waar veel behoefte aan is.”  

Profilering als familiebedrijf positief voor imago

Het imago van familiebedrijven is de laatste jaren sterk verbeterd, terwijl familiebedrijven zelf vaak onvoldoende bewust zijn van het onderscheidend vermogen dat zij bezitten. Er valt voor familiebedrijven nog veel te behalen door in hun communicatie- en marketingactiviteiten zich te profileren als familiebedrijf. Dat is een van de aanbevelingen uit het onderzoek dat Nyenrode Business Universiteit, Baker Tilly Berk, ING en NPM Capital uitvoerden in het kader van de ‘17e Dag van het Familiebedrijf’.