Overslaan en naar de inhoud gaan

Ondernemen met het ‘Auping-dna’

Categorie:
Uitdagingen in familiebedrijf

Datum:
23 september 2016

Auping is een familiebedrijf waarvan de roots tot het einde van de negentiende eeuw teruggaan. Nog steeds is 80% van de aandelen van de onderneming in handen van de vierde en vijfde generatie van de familie Auping. Van actieve bemoeienis met de bedrijfsvoering is allang geen sprake meer, van actieve betrokkenheid bij de kernwaarden van de onderneming des te meer, zegt CEO Aart Roos.

art Roos weet wat het is om bij een familiebedrijf te werken. In de jaren negentig was hij in dienst bij bierbrouwer Grolsch, destijds een familiebedrijf in transitie omdat het deels al beursgenoteerd was. Ook werkte hij enkele jaren bij De Mandemakers Groep, een familiebedrijf pur sang onder directe leiding van de DGA Ben Mandemakers.

Over zijn rol bij Auping zegt Roos: “Vanuit mijn statutaire eindverantwoordelijkheid heb ik te maken met de Raad van Commissarissen en met de aandeelhouders. In het geval van Auping is dat het bestuur van de Stichting Administratiekantoor waarin het familiebelang is ondergebracht, en daarnaast NPM Capital. Met de RvC bespreek ik op geregelde basis het beleid en de strategie, vanuit de normale governance zoals we die hier kennen. Met de aandeelhouders heb ik een iets andere relatie: zij beslissen niet mee over de day-to-day business, maar moeten natuurlijk wél voor de volle 100% achter de langetermijnstrategie staan en bereid zijn die te steunen – zeker als er grote investeringen moeten worden gedaan.”

Op de vraag of hij zijn besluit om met Auping een nieuwe koers te gaan varen - een duidelijke groei strategie gedreven door internationalisatie en innovatie - éérst bij de familie heeft getoetst zegt Roos: “Nee. Ik zie het zo: het bedrijf is van aandeelhouders, maar het merk en de strategie zijn onder de hoede van de directie, waarbij de RvC adviseert, toetst en controleert. Iets anders is dat ik het mede als mijn taak beschouw de aandeelhouders zo goed mogelijk te informeren en aangesloten te houden. Wij als directie nemen de besluiten, maar we zijn daar wél zo transparant mogelijk over.”

Lastig is dat overigens niet, want volgens Roos is er bij de familie nog steeds een grote emotionele betrokkenheid bij het reilen en zeilen van Auping. “Dat uit zich op tal van manieren. Soms wijst iemand me per mail op een bepaalde ontwikkeling in de branche, dan weer komt iemand met een historisch Auping-product aanzetten voor het brand experience center dat we in Deventer hebben staan. Je voelt dat er nog steeds een hechte band is met de onderneming”, aldus Roos. 

“Je voelt dat er nog steeds een hechte band is met de onderneming.”

Anticyclisch geïnvesteerd

Ook is er nog wel degelijk zoiets als een ‘Auping-dna’, zegt Roos. “De familie wil een verantwoorde, op de lange termijn gerichte bedrijfsvoering. Niet gebaseerd op de quick win, maar op duurzame resultaten. Men verwacht vanuit een historisch besef dat het bedrijf zijn verantwoordelijkheid neemt, zeker ook ten opzichte van de medewerkers – zoals de eerste generatie Auping-ondernemers dat ook altijd gedaan hebben.”

Op dit moment zit Auping middenin een ingrijpende transitie. “We hebben eigenlijk midden in de crisis anticyclisch geïnvesteerd. Auping is een prachtig merk met een lange historie, maar er was als gevolg van meerdere oorzaken sprake van het nodige achterstallig onderhoud. Dat zijn we nu aan het rechtzetten, onder meer door de omschakeling naar een vraaggestuurde productie vanuit één centrale locatie in Deventer. We zijn ook bezig met het verjongen van het merk, in een retailsector die er totaal anders uitziet dan tien jaar geleden. Ik prijs mij gelukkig dat dit volledig wordt begrepen door de aandeelhouders en dat we op hun volle support kunnen rekenen”, zegt Roos daarover.

Volgens hem delen directie, RvC en aandeelhouders ‘een gezamenlijke stip op de horizon’, waaronder een overtuigde keuze voor productie in Nederland, dus dichtbij de eindconsument, om redenen van flexibiliteit, snelheid, duurzaamheid en toegevoegde waarde. Roos: “We hebben inmiddels enorm veel inefficiency uit het systeem gehaald en produceren inmiddels volledig on demand. Maar zo’n traject kost geld en tijd. En dus kun je dat alleen doen als je aandeelhouders zeggen: we begrijpen dat het nodig is en we geloven erin dat nu investeren nodig is om het merk op de lange termijn levend te houden. Als directie zijn we heel blij met die blijk van vertrouwen.”