Overslaan en naar de inhoud gaan

Interview: Familiebedrijf Hendrix Genetics, boerenerfgoed in de zesde versnelling

Categorie:
Uitdagingen in familiebedrijf

Datum:
22 juni 2016

In de internationale animal genetics market gaan jaarlijks vele honderden miljoenen om en zijn overnames aan de orde van de dag. Toch besteden de financiële media doorgaans weinig aandacht aan de ontwikkelingen in deze innovatieve niche van de agro-industrie. Thijs Hendrix, président van het Nederlandse familiebedrijf Hendrix Genetics, belicht een aantal actuele ontwikkelingen in een sector die de basis vormt van voedselzekerheid voor miljarden consumenten.   

Thijs Hendrix (1955) is a farmer and entrepreneur, as his father Harry (1926-2010) and his grandfather Thijs (1884-1954). De tekst die Thijs Hendrix gebruikt op zijn Twitteraccount is veelzeggend: boerenzoon, ondernemer én hoeder van een dikke eeuw erfgoed. 

Toch is het niet erg aannemelijk dat Hendrix’ grootvader veel van zijn onderneming zou herkennen in het Hendrix Genetics van nu. Het bedrijf is in enkele decennia uitgegroeid tot een internationale topspeler in dierenrassen voor commerciële fokdoeleinden, actief in meer dan 100 landen met wereldwijd meer dan 2500 medewerkers. Belangrijke producten zijn leghennen en eieren, kalkoenen, varkens en kweekvis – al genereren ook de ondersteunende activiteiten zoals de ontwikkeling van breeding software een stevige bijdrage aan de jaaromzet van 340 miljoen euro (2014).

Hendrix Genetics wordt geleid door een management committee waarin de beide co-founders, Hendrix zelf en CEO Antoon van den Berg, een spilfunctie vervullen. Omdat het grootste deel van de aandelen in handen van de familie Hendrix is, geldt de onderneming als ‘family controlled’. Wel werd er in 2008 een eerste externe investeerder aangetrokken, de Franse industriële groep Sofiprotéol, die wordt gecontroleerd door een coöperatie met 150.000 boerenleden (tevens handelend onder de naam Groupe Avril). Dit jaar kwam ook NPM Capital aan boord als tweede externe aandeelhouder.

Voorwaartse ketenintegratie

Dankzij NPM Capital kan Hendrix Genetics haar langetermijnstrategie Vision 2020 versneld uitrollen, zegt Hendrix. En die versnelling is welkom, want de sector wordt op dit moment wereldwijd gekenmerkt door voorwaartse ketenintegratie. Twee jaar geleden lijfde het bedrijf al de grootste kalkoenendistributeur van Europa in, en in de VS staat een flink investeringsprogramma op stapel voor de distributie van leghennen (twee acquisities van bestaande distributeurs plus de bouw van een nieuwe locatie). 

Hendrix: “We zijn er vol gas ingegaan, en de resultaten zijn boven verwachting. Weliswaar zijn de marges in de distributie niet heel groot, maar ze zijn wel stabieler. Bovendien is de structuur van de sector sterk verbeterd en is er sprake van meer coördinatie tussen de Noord-Amerikaanse, Poolse en Franse markt wat verdere efficiëntie oplevert. Dat alles betaalt zich duidelijk uit.”

Maar er zijn nog andere voordelen aan de voorwaartse ketenintegratie, zo blijkt. Zo krijgt de onderneming veel directer contact met de uiteindelijke klant – de veehouder die de dieren slachtklaar fokt – en daarmee meer inzicht in waar de kansen voor verdere productverbetering liggen. Bovendien houdt Hendrix de kwaliteitscondities (zoals temperatuur en voer) een schakel dieper in de keten in de hand, wat eveneens een positief effect op de marges kan hebben. 

Groeiende vraag naar dierlijke proteïnen

De commerciële vooruitzichten in de animal genetics industry zijn bepaald veelbelovend. Het op één na grootste marktonderzoeksbureau ter wereld, MarketsandMarkets, verwacht dat er over vijf jaar ruwweg 20 miljard dollar zal omgaan in de wereldwijde handel in fokdieren en aanverwante diensten. De belangrijkste drivers van de ontwikkeling zijn de groei van de wereldbevolking en met name de groeiende middenklasse – en daarmee een stijgende vraag naar dierlijke proteïnen. 

Maar ook de bedrijfsactiviteiten zelf dragen bij aan de waardestijging in de keten, zegt Hendrix. “Doorbraken in animal genetics zijn niet patenteerbaar, anders dan bijvoorbeeld in de plantenzaadsector. Dat houdt in dat wij steeds voorop moeten blijven lopen, en keer op keer met nieuwe generaties komen die weer iets efficiënter zijn dan de vorige. Daarmee leveren we een constante bijdrage aan de waardecreatie in de keten.”

De uitdaging daarbij is om het daarvoor benodigde R&D-budget constant op peil te houden. “Een plantenzaadveredelaar kan dankzij patenten een value-added selling van 5 tot 10% realiseren”, zegt Hendrix. “In onze sector zijn de marges duidelijk lager, en dat is op de lange termijn voor de sector én de maatschappij niet voordelig. R&D kost geld maar het is de enige manier om uiteindelijk te kunnen voldoen aan de stijgende vraag naar proteïnen en de specifieke wensen van de consument.”

“Doorbraken in animal genetics zijn niet patenteerbaar dus je moet voorop blijven lopen.”

Om die reden is Hendrix groot pleitbezorger van meer samenwerking tussen de actoren in de animal protein chain. “We moeten aan de aanbodkant meer samen optrekken, en in integrale waarde en het all stakeholder-belang gaan denken”, zegt hij. “Deze sector kenmerkt zich door een vechtcultuur die onder andere het gevolg is van de consolidatie aan de retailkant. Als er op zeker moment overaanbod is, dan probeert iedereen elkaar met steeds lagere marges de tent uit te knokken in plaats van zich te concentreren op de toegevoegde waarde die de sector levert.” 

Klaar voor verdere consolidatie

Op korte termijn ziet Hendrix vooral groeikansen in Noord- en Zuid-Amerika, Azië en Rusland. “Rusland is tot nu toe afhankelijk geweest van de import van grootouder- en ouderdieren, maar heeft nu aangegeven dat het onafhankelijk wil zijn en eigen foklijnen wil gaan opzetten”, zegt hij. “Dat is voor ons een goede ontwikkeling, omdat wij met onze breeding software en ons fokmateriaal hoog in de keten een belangrijke leverancier zijn. Via licentieprogramma’s en knowhowcontracten profiteren we daar op langjarige basis van mee.”

“Je kunt alleen succesvol overleven als je kwaliteit weet te combineren met schaal en marktaanwezigheid.”

Het bedrijf is ook klaar voor een verdere consolidatie in de markten die nu nog teveel gefragmenteerd zijn, zoals die van varkens, vis en traditioneel pluimvee. “De markt voor leghennen en kalkoenen is wereldwijd geconsolideerd”, zegt Hendrix. “Grootschalig werkende integrators staan goed gepositioneerd in de keten en iedere fractie voerconversie heeft daar enorme impact. Die kiezen dus voor de heel professionele fokbedrijven die de beste producten hebben. De varkenssector is bijvoorbeeld nog lang niet zover. Mij verbaast het niet dat die sector het zo moeilijk heeft: er is gewoon veel te veel middelmaat en onvoldoende besef van het feit dat je alleen succesvol kunt overleven als je kwaliteit weet te combineren met schaal en marktaanwezigheid.”