Overslaan en naar de inhoud gaan

Innovatie in familiebedrijven: meer ‘bang for the buck’?

Categorie:
Uitdagingen in familiebedrijf

Datum:
21 maart 2017

In Capital Magazine #5 stelt Hans Durieux ervan overtuigd te zijn dat ‘het innovatievermogen in familiebedrijven doorgaans bovengemiddeld is’. Volgens de operationeel directeur van familiebedrijf Dekker Chrysanten durven familiebedrijven namelijk meer op hun intuïtie te vertrouwen dan ‘gewone’ (beursgenoteerde) ondernemingen. Durieux’ overtuiging blijkt nu ook wetenschappelijk te kunnen worden onderbouwd, getuige de uitkomsten van recent Zwitsers onderzoek gepubliceerd in de Harvard Business Review.

Familiebedrijven hebben de naam traditioneel en risico-avers te zijn. Geen eigenschappen die je snel associeert met innovatie. Dat beeld blijkt echter niet te kloppen, zo kan worden opgemaakt uit onderzoek dat afgelopen jaar werd uitgevoerd door Nadine Kammerlander en Marc van Essen, respectievelijk hoogleraar Family Business aan de Otto Beisheim School of Management en hoogleraar Entrepreneurship and Innovation aan de School of Management van de universiteit van St. Gallen. Hun conclusie: veel familiebedrijven behoren tot de meest innovatieve in hun sector.

Om tot die conclusie te komen voerden de onderzoekers een meta-analyse uit van 108 eerdere studies in 42 landen. Daarin zetten ze de hoogte van de R&D-investeringen af tegen de output daarvan (uitgedrukt in het aantal patenten, nieuwe producten of extra omzet uit nieuwe producten). En wat blijkt: familiebedrijven besteden doorgaans minder aan R&D en onderzoek dan ‘gewone’ bedrijven, maar ze weten met die bescheiden investeringen aanzienlijk meer ‘bang for the buck’ te behalen. En dat effect is het sterkst als de familie niet alleen eigenaar is van de onderneming, maar die ook daadwerkelijk leidt, aldus de onderzoekers.

Betere ‘antenne’

De onderzoekers geven ook een aantal mogelijke verklaringen voor dit gegeven. De eerste luidt dat familiebedrijven meer oog hebben voor het voorkomen van verspilling en dus over het algemeen beter nadenken voordat ze ergens geld aan uitgeven. En als ze investeren, dan doen ze dat meestal heel gericht. Niet schieten met hagel dus op meerdere projecten tegelijk.

Wat ook een rol kan spelen is dat familiebedrijven vaak een langjarige relatie hebben met toeleveranciers, klanten en andere stakeholders en daardoor een betere ‘antenne’ hebben voor kansrijke innovaties (vergelijk de ‘intuïtie’ waar Durieux over spreekt). Het feit dat ze zelf de aandelen in handen hebben en daardoor veel makkelijker en vooral sneller beslissingen kunnen nemen, maakt familiebedrijven bovendien flexibeler en doortastender in het traject van ‘idea to market’.

Bij dit alles maken de onderzoekers nog een belangrijke kanttekening: het zijn vooral de latere generaties in het familiebedrijf die meer innovatief zijn; bedrijven die geleid worden door hun oprichters scoren duidelijk slechter. Volgens de onderzoekers kan dat betekenen dat familiebedrijven in de loop van de tijd steeds beter goede van slechte ideeën leren onderscheiden, waar oprichters zich doorgaans niet gehinderd voelen ‘to push risky ideas’ die niet altijd even veel opleveren.

Meer lezen? Het volledige onderzoek vindt u hier: http://journals.sagepub.com/doi/abs/10.1177/0007650316661165