Overslaan en naar de inhoud gaan

BlueCity: zo werkt een circulaire voorbeeldstad

Categorie:
Innovatie & Verduurzaming

Datum:
26 juni 2018

Voor vele tienduizenden Rotterdammers was het jarenlang dé plek om een ontspannen duik te nemen. Inmiddels herbergt het voormalig tropisch zwemparadijs Tropicana een circulaire voorbeeldstad aan de Maas: BlueCity. ‘Blue Economy Officers’ Siemen Cox en Mark Slegers vertellen hoe innovatieve, duurzame en circulaire ondernemers 12.000 m2 leegstand nieuwe functies, betekenis en waarde geven.

Soms stuit je op een boek dat je inspireert om dingen radicaal anders te gaan doen. Het overkwam voormalig freelancer in de financiële dienstverlening Siemen Cox na het lezen van het boek ‘De Blauwe Economie’ van Gunter Pauli. Van de talloze circulaire business cases in dit boek was er één die hem niet meer losliet. “Oesterzwammen kweken op koffiedik”, zegt hij. “Ik had geen idee hoe, er was geen kennis voorhanden en kwekers die ermee experimenteerden wilden mij om concurrentieredenen niet verder helpen. Maar ik was gegrepen door het idee – en dus ben ik het gewoon gaan doen.”

Cox loopt op zeker moment Mark Slegers – dan nog werkzaam in de energiesector – tegen het lijf en samen richten ze de onderneming Rotterzwam op. Doel: een gezonde business bouwen op basis van iets dat wereldwijd als afval wordt beschouwd – gebruikte gemalen koffiebonen. De jonge ondernemers krijgen toestemming hun eerste kwekerij tijdelijk op te zetten in het op dat moment leegstaande zwembad Tropicana. “Maar al snel merkten we dat we als circulaire onderneming heel veel extra aandacht kregen door de plek waar we gevestigd waren”, zegt Cox. “Op zeker moment besloten we dat we andere circulaire ondernemers diezelfde aandacht gunden. Toen is het idee van BlueCity ontstaan: een uniek ecosysteem van ondernemingen die niet langer geloven in het achterhaalde concept ‘afval’. De output van de ene ondernemer is namelijk de input van de andere ondernemer.”

Samenwerken is het nieuwe concurreren

Inmiddels is er een tiental bedrijven in BlueCity gevestigd en is het pand met hulp van een investeerder aangekocht. Stapsgewijs wordt het gerenoveerd en aangepakt, waarbij slim gebruik wordt gemaakt van de verschillende klimaten en karakteristieken van het gebouw. Zo is het de bedoeling dat een in ontwikkeling zijnde algenkwekerij, die veel restwarmte gaat produceren, tevens gaat fungeren als decentrale warmteopwekker op verschillende koude plekken in het gebouw, legt Slegers uit. “Naast alle ondernemers die BlueCity huisvest, faciliteert en begeleidt, is het gebouw zelf een circulaire asset op zich. We gebruiken zonlicht, waterkracht, windkracht en de zuiverende werking van planten als primaire bronnen van energie en luchtbehandeling. Dit beperkt zich niet alleen tot de binnenkant van het gebouw, maar ook de buitenkant. Zo zuiveren we de lucht van de omgeving met groene mos-panelen die fijnstof afvangen.”

Het is de bedoeling van de ondernemers dat BlueCity organisch groeit. Slegers: “Veel van wat hier gebeurt is niet zozeer van tevoren gepland, het ontstaat. We merken dat dat vaak lastig uit te leggen is aan bezoekers. Die willen dan weten wat er allemaal nog staat te gebeuren en het antwoord is dan: dat weten we niet. Of ze willen weten wanneer het ‘klaar’ is. Nou, nooit.”

Cox trekt de parallel met de natuur – een belangrijk kernbegrip in het ‘blauwe’ economisch denken. “Zoals de natuur constant in verandering is en ruimte biedt aan een oneindige diversiteit, zo werkt het hier ook”, zegt hij. “Circulariteit gaat vaak alleen over het sluiten van ketens, terwijl wij meer denken vanuit het principe van cascadering van nutriënten, waarbij de output van het ene proces de input vormt van het andere proces. Dat proberen we hier ook na te bootsen, waardoor er als vanzelf nieuwe samenwerkingen ontstaan tussen organisaties. Omdat wij al in het koffiedik zaten, werken we nu bijvoorbeeld ook samen met een nieuw bedrijf dat op basis van koffiedik bio-plastics ontwikkelt. Dat was niet voorzien, maar het klopt helemaal. Wat ons betreft is samenwerken het nieuwe concurreren.”

“Wat ons betreft is samenwerken het nieuwe concurreren”

Circulaire hotspots

Na een brand in hun kwekerij hebben Cox en Slegers besloten Rotterzwam elders in de stad op grotere schaal door te starten. “Onze kracht zit niet zozeer in het runnen van een paddenstoelenkwekerij, maar in het uitrollen van nieuwe circulaire concepten”, zegt Cox. “Daarom draaien we de kwekerij nu zelfstandig met een bedrijfsleider elders in de stad. Wat ons betreft is dat een goede ontwikkeling: wat we hier in BlueCity doen, is ideeën testen en aantonen dat het kan. Daarna moet je het opschalen. Rotterzwam gaat nu elders opschalen, waarna andere circulaire ondernemers zich daarbij voegen en we elders in de stad een tweede cluster van circulaire bedrijven gaan krijgen. In de verre toekomst zien wij ‘blauwe’ industriewijken van circulaire ondernemingen voor ons. Dit is namelijk iets dat zichzelf gaat versterken naarmate schaalgrootte toeneemt.”

Slegers vult aan: “Blue City moet op den duur ook een schaalbaar concept worden, net als Rotterzwam. Uiteindelijk zien wij een netwerk van BlueCities over heel de wereld ontstaan. Wat ons betreft een enorme kans voor de BV Nederland, want dit soort specifieke kennis over blauwe ecosystemen kun je heel goed exporteren. Je zou bijvoorbeeld rondom onze ambassades dit type circulaire hotspots neer kunnen zetten ten behoeve van lokale ondernemers, die worden ondersteund met kennis vanuit Nederland.”

Op de vraag of Rotterzwam in de toekomst streeft naar landelijke dekking of export naar buurlanden zegt Slegers: “Nee. We kweken lokaal oesterzwammen voor de lokale, dus Rotterdamse markt. In de Blauwe Economie draait het niet langer om grootschalige centrale productie die je vervolgens met een hoop transportbewegingen distribueert: je produceert én consumeert zoveel mogelijk lokaal. Koffiedik is hier ruim voldoende voorhanden, wat wij nu proberen uit te vinden is hoeveel aanbod verse oesterzwammen de regio Rotterdam aankan. Als je dat eenmaal weet, dan kun je het businessmodel ook uitrollen in Amsterdam, Utrecht, Maastricht of Den Haag.”

Slimmer door te delen

Dat laatste, zegt Cox, is voor investeerders nog wennen. “De gedachte dat de waardecreatie niet langer binnen één bedrijf plaatsvindt, maar verdeeld wordt over meerdere bedrijven die allemaal binnen bepaalde natuurlijke grenzen groeien, is voor de financiële wereld nieuw”, zegt hij. “Men is traditioneel gewend te kijken naar Return On Investment, terwijl je in Blauwe Economie meer kijkt naar Return Of Investment – ofwel: je zorgt ervoor dat wat je erin stopt ook weer terugkomt, maar zonder op voorhand allemaal extra rendementseisen te stellen. Want doe je dat laatste, dan kunnen heel veel dingen op papier ‘niet uit’. Terwijl je ook kunt zeggen: we gaan het gewoon doen, en juist door het te doen ontstaan er business opportunities die je niet had voorzien en die je niet had kunnen plannen. Met als gevolg dat er alsnog een mooi rendement ontstaat – financieel, maatschappelijk of het liefst allebei.”

Om diezelfde reden geloven Cox en Slegers ook niet in het exclusief houden van ‘intellectual property’. Cox: “Wij hebben gemerkt dat hoe meer kennis je deelt, hoe meer kennis je krijgt.”

“Wij hebben gemerkt dat hoe meer kennis je deelt, hoe meer kennis je krijgt”

“Ofwel: van delen word je ook zelf slimmer. We leiden andere urban farmers op die zelf een kwekerij willen beginnen en houden altijd contact. Gevolg: we worden geregeld door concullega’s spontaan benaderd met mailtjes - ‘heb je dit al eens geprobeerd?’ of ‘kijk hier eens naar, dit is te gek’. Dan voel je weer: ik doe dit niet om zelf rijk te worden, ik doe dit om de wereld te verrijken.”