Overslaan en naar de inhoud gaan

Verpakkingsbedrijf NNZ: Geen familiebedrijf maar een bedrijf met een familie

Categorie:
Uitdagingen in familiebedrijf

Datum:
20 januari 2017

De Groningse onderneming NNZ is al bijna een eeuw succesvol in de ontwikkeling en distributie van verpakkingen voor de landbouw en de industrie. De huidige directeur, Len Boot, is de derde generatie die het bedrijf leidt en de eerste telg uit de vierde generatie loopt zich inmiddels warm in de coulissen. Hoe lukt het NNZ om zichzelf keer op keer te vernieuwen – en welke rol speelt de familie daarin? “We zien ons niet als een familiebedrijf, maar als een bedrijf met een familie.”

Jazeker, Len Boot wil best wat vertellen over NNZ als familiebedrijf, maar dan wel gesecondeerd door accountmanager Roos van Vugt – tevens zijn nicht en het eerste vierdegeneratie-familielid dat werkzaam is binnen de organisatie. Een organisatie die door Boots grootvader werd opgericht in 1922, en van een veredeld naaiatelier voor jute zakken is uitgegroeid tot een gerespecteerde speler in de verpakkingssector met 22 vestigingen in 18 landen en 150 miljoen omzet.

“Eén slechte zomer of een misoogst ergens, en je ziet ook je eigen omzet sterk terugvallen. Vandaar dat we besloten hebben om de risico’s meer internationaal te spreiden.”

Overigens is NNZ in Nederland nog steeds een van de marktleiders in jute zakken, want jute wordt binnen de verpakkingswereld ook vandaag nog aangemerkt als een volwaardig materiaal: sterk, duurzaam, absorberend en uitstekend ventilerend. Maar in de loop van de tijd is het productportfolio enorm uitgebreid: op vleesverpakkingen na (door de strenge hygiëne-eisen een aparte tak van sport) is er nagenoeg geen verpakking te bedenken die niet door NNZ geleverd kan worden. “Van dubbelwandige papieren zakken in elke denkbare maat tot fruitnetjes en van big bags voor de chemische industrie tot doosjes voor kwetsbaar fruit”, zegt Boot. “Ik denk dat er in elk Nederlands huishouden minstens één door ons geleverde verpakking staat.”

Hoewel het bedrijf in de jaren zestig van de vorige eeuw enige tijd beschikte over een eigen productiefaciliteit voor polyethyleen kunststofverpakkingen, is op een zeker moment de strategische keuze gemaakt om enkel nog verpakkingen te ontwikkelen en te distribueren. Boot daarover: “Toen mijn broer en ik begin jaren negentig bij mijn vader in het bedrijf kwamen, hebben we ons als familie de vraag gesteld: wat willen we eigenlijk zijn? Zijn we niet op twee borden aan het schaken? Het probleem is namelijk dat je, als je zelf wilt produceren, continu moet blijven investeren in nieuwe machines. Bovendien kwam op dat moment de concurrentie uit Zuid-Europa en Azië heel hard op, dus het werd lastiger om die grote investeringen terug te verdienen. Uiteindelijk hebben we gezamenlijk het besluit genomen om ons helemaal te concentreren op de ontwikkeling van innovatieve verpakkingen. Overigens kijken wij zonder enige spijt terug op het polyethyleenavontuur, want dankzij die beslissing hebben we als klassieke AGF-verpakkingenleverancier toegang gekregen tot de industriële markten. En daar plukken we tot vandaag de dag de vruchten van.”

“Waar ik wél betrokken bij wil zijn is het aannamebeleid ten aanzien van sleutelposities, omdat dat rechtstreeks raakt aan het DNA van de organisatie.”

Internationale expansie

Naast het besluit om te focussen op productontwikkeling nam de derde generatie Boot nog een ander besluit: internationale expansie. “Als je groot bent in de agrarische sector is dat ook een risico”, zegt Boot. “Eén slechte zomer of een misoogst ergens, en je ziet ook je eigen omzet sterk terugvallen. Vandaar dat we besloten hebben om de risico’s meer internationaal te spreiden. Dat heeft geresulteerd in het huidige NNZ met 22 vestigingen in 18 landen.”

Elk van die vestigingen bestaat uit een kantoor met magazijnen, en is in beginsel zelf verantwoordelijk voor de sales, warehousing en distributie, zegt Boot. “We werken vanuit het principe ‘focus on local’, dus altijd met lokale mensen, want die begrijpen de markt daar. Alleen de ondersteunende disciplines – productontwikkeling, finance, IT en marketing – zijn centraal belegd in het hoofdkantoor.” Die grote mate van zelfstandigheid maakt dat NNZ weinig tot geen last heeft van de klassieke buy-and-build-integratieproblematiek. “In negen van de tien gevallen nemen we kleine familiebedrijven in de sector over waar geen opvolging is, of waar de financiële middelen ontbreken om verder te groeien. Soms worden we benaderd, soms gaat het van ons uit. En het is eigenlijk altijd goed gegaan: er is een framework, maar daarbinnen proberen we de vestigingen zo autonoom mogelijk te leiden. Waar ik wél betrokken bij wil zijn is het aannamebeleid ten aanzien van sleutelposities, omdat dat rechtstreeks raakt aan het DNA van de organisatie. In dat opzicht geldt: structure follows culture.”

Op de vraag hoe het NZZ lukt zich steeds weer opnieuw uit te vinden kijkt Boot naar zijn nicht. Die lacht en zegt: “Ik denk dat dat vanzelf gebeurt als je maar consequent vanuit de klantvraag vertrekt. Ik verkoop geen standaardoplossingen vanuit ons eigen assortiment, ik kijk waar de klant behoefte aan heeft en bedenk dan een oplossing die daar het best bij aansluit – ook al moeten we die bij wijze van spreken nog from scratch ontwikkelen. Door zo te werken dwingen we onszelf tot continue innovatie, en er is geen betere manier om een bedrijf jong te houden.”