Overslaan en naar de inhoud gaan

Technologie gaat sleutelrol spelen in zorg van morgen

Categorie:
Innovatie & Verduurzaming

Datum:
27 november 2018

Het gaat goed met de volksgezondheid in Nederland. We worden steeds ouder, en de meeste mensen voelen zich relatief gezond en niet beperkt. Toch staat ons land voor een paar grote toekomstige opgaven in de zorg, aldus het RIVM in haar zevende Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) die deze zomer verscheen. Duidelijk is dat technologische ontwikkelingen een sleutelrol gaan spelen in het verbeteren en efficiënter maken van de gezondheidszorg.

De VTV is een vierjaarlijkse studie in opdracht van het ministerie van VWS die laat zien hoe onze volksgezondheid en zorg zich de komende 25 jaar ontwikkelen als we als maatschappij niets extra's zouden doen. In de 2018-editie schetst het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op de huidige stand van de volksgezondheid en de zorg. De belangrijkste daarvan zijn:

1. Vergrijzing

Het aandeel ouderen in de samenleving neemt toe. Ook bereiken mensen steeds vaker een hoge leeftijd. Daardoor stijgt het aantal mensen met een chronische aandoening, waarbij mensen ook steeds vaker meerdere aandoeningen tegelijk hebben. Vergrijzing is niet alleen een medisch, maar ook een sociaal probleem: het aantal eenzame ouderen stijgt. Ouderen wonen vaker zelfstandig en ook vaker alleen. Door deze ontwikkelingen ontstaat er meer druk op zowel de formele als de informele zorg. Zorgvoorzieningen komen het meest onder druk te staan in de krimpregio’s.

2. Meer gezondheid maar ook meer ziekte

De levensverwachting stijgt van 81,5 jaar in 2015 naar bijna 86 jaar in 2040. Nagenoeg alle jaren die we erbij krijgen, blijven we relatief gezond. Maar omdat mensen vaker aandoeningen zoals hart- en vaatziekten en kanker overleven, krijgen ze vaker te maken met de langetermijngevolgen ervan. Dit is, naast de vergrijzing, een belangrijke oorzaak voor de sterke toename van dementie als doodsoorzaak.

3. De druk op het dagelijkse leven neemt toe

De samenleving krijgt op verschillende gebieden te maken met toenemende druk die stress en gezondheidsproblemen veroorzaakt. Met name de steeds grotere invloed van de 24uurseconomie en de verdere flexibilisering van arbeidsrelaties leidt bij veel mensen tot stress, vooral als werk, zorg voor de kinderen en mantelzorg gecombineerd moeten worden. Ook de verdergaande verstedelijking zorgt voor meer druk en drukte.

4. Concentratie van problemen bij kwetsbare groepen

Een deel van de ouderen bevindt zich door een opeenstapeling van chronische aandoeningen en andere medische en sociale problemen in een kwetsbare situatie. Deze groep wordt groter in de toekomst. Mensen met een lagere sociaaleconomische status hebben vaker een ongezonde leefstijl. Ook hebben zij vaker te maken met sociale problemen, die stress met zich meebrengen. Negatieve effecten van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt als robotisering en digitalisering treffen vooral laagopgeleiden. Dit kan de sociale problemen en stress in deze groep versterken. Vaak moeten eerst deze achterliggende sociale problemen worden opgelost, voordat er ruimte ontstaat om aan een gezonde leefstijl te werken.

Zorg op maat

Om deze problemen het hoofd te bieden is, in kenmerkend overheidsjargon, ‘een integrale aanpak, met inzet van veel verschillende partijen’ en ‘een andere manier van werken’ nodig ‘met nieuwe rollen en vaardigheden van beleidsmakers, professionals, onderzoekers én burgers’. Wie goed leest ziet echter dat de RIVM vooral veel verwacht van technologische innovaties.

‘Technologische ontwikkelingen kunnen veel betekenen voor onze volksgezondheid en de zorg’, schrijven de auteurs van de VTV. ‘Voorbeelden hiervan zijn eHealth, Artificial Intelligence, robotisering, gentechnologie en virtual reality. Technologische toepassingen zoals apps, sensoren en alarmsystemen lijken veelbelovend bij de aanpak van een aantal toekomstige opgaven, zoals de zorg voor mensen met dementie en het ondersteunen van zelfmanagement bij chronische aandoeningen. Innovatieve technieken maken zorg op maat mogelijk (personalised medicine). Bij kanker is het bijvoorbeeld mogelijk om de genetische eigenschappen van een tumor te bepalen. Dit helpt te voorspellen welke behandeling het beste zal aanslaan. Door het gebruik van personalised medicine ontstaan steeds meer unieke behandelpaden, terwijl nu vooral gebruik wordt gemaakt van gestandaardiseerde zorgprocessen.’

Wel constateert het RIVM dat er weliswaar veel innovatieve technologieën ontwikkeld worden in de zorg, maar dat de toepassing hiervan achterblijft vergeleken met andere sectoren. Meerdere factoren zijn hiervan de oorzaak, schrijven de auteurs. ‘Zorgverleners en -inkopers ervaren belemmeringen, patiënten en zorgverleners zijn vaak behoudend en niet iedereen beschikt over de juiste digitale vaardigheden. Informatiesystemen die niet op elkaar aansluiten, vormen een ander probleem. Daarnaast brengen nieuwe technologieën risico’s met zich mee, zoals privacyschending en afhankelijkheid van internet. Het roept ook ethische dilemma’s op, zoals vraagstukken over het recht om dingen niet te willen weten. De uitbreiding van technologie in de zorg is met al deze factoren een erg complex vraagstuk.’

Dubbel gezicht

En dan zijn er nog – niet onbelangrijk – de stijgende zorgkosten. Want nieuwe technologie mag dan leiden tot efficiency-voordelen, de ontwikkeling en implementatie ervan gaan vaak met hoge kosten gepaard. Volgens het RIVM stijgen de zorguitgaven met gemiddeld 2,9 procent per jaar tot 174 miljard euro in 2040 (ofwel 9.600 euro per persoon). Een derde daarvan is toe te schrijven aan de vergrijzing en groei van de bevolking. De rest aan overige factoren zoals technologische vernieuwing, waaronder nieuwe medicijnen en nieuwe apparatuur zoals operatierobots. Technologische innovatie in de zorg heeft dan ook ‘een dubbel gezicht’, zoals het RIVM het formuleert. ‘Trends in het verleden laten zien dat het leidt tot meer zorguitgaven, maar inzet van technologie kan ook kosten besparen. Een voorwaarde om dit te bereiken is sturen op kosteneffectieve interventies en tijdig stoppen met achterhaalde technologie. Dit vereist een actief beleid. Nieuwe technologieën kunnen ook kosten besparen doordat het mogelijkheden biedt om de duurdere tweedelijnszorg naar de goedkopere eerste lijn te verplaatsen. Dit gaat niet vanzelf en vraagt veel van de zorg.’

Conclusie: de (volksgezondheids)zorg is een sector waar de komende jaren nog volop ruimte is voor technologische innovatie. Maar die zal haar meerwaarde niet alleen moeten bewijzen in de kwaliteit van behandeling, maar ook in dalende zorgkosten.

Lees de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018 van het RIVM