Overslaan en naar de inhoud gaan

Over de dynamiek tussen mens en machine

Categorie:
Innovatie & Verduurzaming

Datum:
19 december 2019

Hoe verhouden het technologische en het menselijke domein zich tot elkaar? Een antwoord op die vraag is niet gemakkelijk te formuleren, maar duidelijk is dat technologie typisch menselijke kwaliteiten zowel kan overklassen als versterken. Eric Castien, oprichter en CEO van BrainsFirst, vertelt over op maat ontwikkelde games die inzicht geven in ‘future performance’ van kandidaten.

In de selectie van nieuwe medewerkers dringen nieuwe technologische oplossingen in sneltreinvaart door, zegt Castien. Zijn bedrijf ontwikkelt serious games op basis van de laatste neurowetenschappelijke inzichten, waarmee organisaties zoals de Luchtverkeersleiding van Schiphol kandidaten kunnen selecteren op zeer specifieke mentale vaardigheden.

Deze op maat ontwikkelde games geven inzicht in het unieke breinprofiel van een kandidaat, aldus Castien. “Wij kijken enerzijds naar wat een specifieke functie, rol of taak professioneel van het brein vraagt, en anderzijds naar wat een individueel brein van nature goed kan. Hoe beter die twee dingen op elkaar afgestemd zijn, hoe groter de kans op een goede match en dus op productiviteit, engagement en welzijn. Anders dan traditionele HR-professionals zijn wij niet zozeer geïnteresseerd in past performance – zeg maar je cv – en ook niet in current performance – ofwel laten zien wat je nú kunt –, maar richten wij ons echt op de future performance. Het is namelijk niet zo interessant te weten dat iemand nú een goede controller is, als je bedenkt dat over vijf jaar dat vakgebied er misschien totaal anders uitziet. Wat je wilt weten is waartoe de breinen van de mensen die je nu aanneemt, ook straks in staat zijn.”

““Je wilt weten waartoe de breinen van de mensen die je nu aanneemt ook straks in staat zijn””

Het traditionele instrumentarium dat bedrijven gebruiken om de juiste kandidaat te selecteren – denk aan IQ- en persoonlijkheidstesten – is volgens Castien behoorlijk achterhaald. “Het is niet dat dat soort testen helemaal niets zeggen, maar ze zijn zeer onbetrouwbaar in het voorspellen van prestaties in een specifieke werkcontext. En dat is nu net wat je wilt weten. Hetzelfde geldt voor nieuwerwetse games die vooral blijven steken in een prettige candidate experience. Met onze technologie verzamelen we binnen drie kwartier zo’n 1.200 datapunten die we kunnen vertalen in een voor elk mens uniek breinprofiel. Je kunt wel zeggen: ik zoek een intelligente, universitair opgeleide IT’er, maar het maakt nogal uit of dat een data-analist, een software developer of een ethisch hacker moet zijn. Want je vraagt in die drie functies totaal iets anders van het brein.”

Castien ziet mens en technologie elkaar eerder versterken dan beconcurreren. “Technologie kan er juist voor zorgen dat saaie, repetitieve taken worden gedaan door computers, en dat mensen zich kunnen richten op de zaken die niet in algoritmes zijn te vatten: creativiteit, sociale interactie, ondernemerschap. Als robots ziekenhuisvloeren dweilen, kunnen de mensen die dat nu doen misschien wel ingezet worden voor dat broodnodige praatje met patiënten, om eens wat te noemen. Robots en AI hebben een geweldig potentieel om mensen te emanciperen en zwaar werk uit handen te nemen. Maar dan zullen we wel de stap moeten zetten om datgene waar we als mens goed in zijn, te willen en durven kwantificeren. Van een machine weet ik namelijk precies wat ‘ie kan en niet kan, en wat de te verwachten output is – nu én op termijn. Van mensen vinden we het nog steeds heel normaal dat die min of meer een black box zijn. Hoe beter we in staat zijn de specifieke kwaliteiten van het menselijk brein te kwantificeren, hoe duidelijker onze verhouding tot machines.”

Bedrijven moeten inzetten op nieuwe ‘applied technology skills’
Een belangrijk denker over de verhouding tussen mens en technologie is de Amerikaanse HRM-consultant Alexandra Levit, onder meer werkzaam voor de Career Advisory Board, een initiatief van de De Vry University in Downers Grove, Illinois. In haar boek Humanity Works: Merging Technologies and People for the Workforce of the Future (2018) stelt zij dat machines mensen niet zozeer gaan vervangen, maar dat er sprake zal zijn van een nieuw level van mens/machine-dynamiek. Mensen zullen moeten kunnen interacteren met technologie die geavanceerder is dan ooit tevoren en moeten beschikken over vaardigheden om in een digitale wereld hun weg te vinden en technologie in te zetten om doelen te bereiken.

Volgens Levit vraagt die interactie om specifieke vaardigheden, die zij omschrijft als ‘toegepaste technologische vaardigheden’. Deze skills vertonen een zekere overlap met de bekende 21st century skills. Het vermogen om data te analyseren is een concreet voorbeeld van zo’n ‘toegepaste technologische vaardigheid’ – een vaardigheid die inmiddels in elke industrie en voor elke tactische of strategische functie essentieel is geworden, aldus de auteur.

Levit wijst erop dat organisaties er goed aan doen om de huidige competentie- en vaardighedentrainingen, maar ook de werving en selectie eens kritisch tegen het licht te houden. Want, zo zegt Levit, kijken met een ‘future skills-bril’ naar de medewerker van morgen is bij de meeste ondernemingen nog geen gemeengoed. En dat is riskant, want veel toegepaste technologische vaardigheden kunnen niet overnight aangeleerd worden. In Levits woorden: ‘Your goal should be to build a community of human workers who are comfortable with – instead of threatened by – technology advances.’

Lees ook ‘Technologie: in of uit de comfortzone’