Overslaan en naar de inhoud gaan

Hogere familiefactor stuwt rendement

Categorie:
Uitdagingen in familiebedrijf

Datum:
24 augustus 2018

Hoe hoger de ‘familiefactor’ in een familiebedrijf, des te beter de financiële resultaten. Dat blijkt uit onderzoek van masterstudenten verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en Vrije Universiteit, ondersteund door EY.

De afgelopen jaren verschenen ruim 250 wetenschappelijke studies over het fenomeen familiebedrijf. Opvallend is dat vrijwel al die studies – of ze zich nu richten op financiële prestatie-indicatoren (bijvoorbeeld Return on Assets) of niet-financiële prestatie-indicatoren (bijvoorbeeld Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) – uitgaan van een eigen definitie van een familiebedrijf.

Er is, kortom, nauwelijks consensus over wanneer we nu precies spreken van een familiebedrijf, laat staan over wat de invloed is van de familie op de resultaten van de onderneming. De Amerikaanse hoogleraar Matthew W. Rutherford spreekt in dit verband zelfs over een ‘family business theory jungle’.

Toch is er uit de gepubliceerde studies wel degelijk een aantal rode draden te spinnen. Zo lijken familiebedrijven op de lange termijn beter gepositioneerd te zijn dan reguliere bedrijven omdat ze kunnen profiteren van sterke gedeelde waarden en (wederkerig) altruïsme binnen de onderneming, wat leidt tot betere samenwerking en een hogere loyaliteit. Vaak zijn ze risicomijdend gefinancierd, waardoor ze ook bij economische tegenwind op koers blijven. Daar tegenover staat ook een aantal bekende risico’s, waaronder een mogelijk gebrek aan (HR-)professionaliteit, een diffuse besluitvorming, een neiging tot conservatisme en conflicten over opvolging en governance.

Positief verband

In een door EY ondersteund onderzoek van de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit (2017) stond dan ook de vraag centraal of de ‘familiefactor’ (i.e. de ervaring en cultuur die een familie meebrengt in het familiebedrijf en de mate waarin ze invloed heeft op het reilen en zeilen binnen de onderneming) vooral positief doorwerkt op de bedrijfsprestaties, dan wel vooral negatief, of dat de optelsom (min of meer) neutraal is.

Vier masterstudenten onderzochten daartoe de invloed van de ‘familiefactor’ in 38 Nederlandse familiebedrijven uit het uitgebreide netwerk van EY. Ze deden dit aan de hand van het F-PEC (Familie Power, Experience & Culture)-model, het enige wetenschappelijk gevalideerde model dat niet zozeer gebaseerd is op het uitgangspunt dat een onderneming wel of geen familiebedrijf is, maar juist kijkt of het bedrijf in meer of mindere mate ‘familietrekken’ heeft.

Uit de resultaten blijkt dat er inderdaad een positief verband is, zij het niet eenduidig. Zo blijkt dat de solvabiliteit en de nettowinstmarge van familiebedrijven met een hogere familiefactor beter zijn dan gemiddeld en dat ze gemiddeld minder schulden hebben. Daarnaast investeren ze gemiddeld meer in onderzoek en ontwikkeling. Op andere financiële prestatie-indicatoren, zoals de hierboven genoemde Return on Assets, blijkt de familiefactor echter veel minder van invloed.

Scheiding tussen leiding en eigendom

Marieke Kopinsky, senioradviseur van familiebedrijven bij EY Nederland herkent de resultaten van dit onderzoek: “Gevoelsmatig weten we wel dat families een belangrijk stempel op bedrijven drukken. Het is interessant om te zien dat er ook een wetenschappelijk verband met financiële resultaten is. Dit onderstreept de gerichtheid op de langere termijn die we altijd zien bij familiebedrijven.”

“Er is ook een wetenschappelijk verband tussen de betrokkenheid van families en de financiële resultaten”

Voor familiebedrijven geldt, kortom, in grote lijnen: hoe meer geaccumuleerde ervaring en wijsheid er bij de onderneming betrokken is, hoe beter het rendement. Dat wil volgens Kopinsky echter niet zeggen dat het wijs is om een familiebedrijf vol te stouwen met allemaal ooms, tantes, neven en nichten. Want uit het onderzoek blijkt óók dat er bij een groeiend aantal familiebedrijven niet zonder meer vaststaat dat de volgende opvolger een familielid is. “De onderzoeksuitkomsten wijzen erop dat in de toekomst een verdere scheiding tussen leiding en eigendom van familiebedrijven te verwachten is. Dit ligt in lijn met onderzoek dat EY eerder uitvoerde naar externe managers in familiebedrijven”, aldus Kopinsky.

Lees meer over familiebedrijven

Lees ook: “Familiebedrijven verdienen meer aandacht”