Overslaan en naar de inhoud gaan

Familiebedrijven laten kansen liggen op gebied van werkgeverschap

Categorie:
Uitdagingen in familiebedrijf

Datum:
10 oktober 2019

Familiebedrijven hebben de naam voorbeeldige en betrokken werkgevers te zijn. Maar het is de vraag of dat beeld terecht is, zo blijkt uit een recent onderzoek door het Erasmus Centre for Family Business (ECFB), verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Want anders dan vaak wordt gedacht, investeren familiebedrijven minder in hun werknemers dan niet-familiebedrijven. Ze laten hierdoor soms onnodig kansen liggen en zijn in bepaalde opzichten zelfs te kenschetsen als een ‘minder goede’ werkgever dan niet-familiebedrijven.

Met een reactie van Rutger Ruigrok, Managing Director van NPM Capital.

In een uitgebreid kwantitatief onderzoek vergeleek Erasmus Centre for Family Business duizenden (beursgenoteerde) familie- en niet-familiebedrijven op basis van acht verschillende groepen ‘management practices’: inclusiviteit, opleiding, carrière en mobiliteit, gezondheid en veiligheid, arbeidsomstandigheden, balans werk en privé, baanzekerheid en omgang met conflicten. Het ging daarbij om vragen als: investeren familiebedrijven voldoende in hun werknemers? Bieden zij hun voldoende kansen? Hebben de keuzes die zij als werkgever maken gevolgen voor hun financiële prestaties? Maakt het uit of het bedrijf geleid wordt door een familielid of door een externe CEO? En hoe presteren Nederlandse familiebedrijven in vergelijking met hun tegenhangers in het buitenland?

Voor het juiste beeld: in het onderzoek wordt met ‘familiebedrijf’ bedoeld: een onderneming waarbij de oprichter grootaandeelhouder is, dan wel zijn of haar nazaten. Bepalend is of de uiteindelijke zeggenschap in handen ligt van de oprichtersfamilie; het bedrijf kan verder zowel worden geleid door een familielid als door een externe CEO die geen lid is van de oprichtersfamilie.

Het onderzoek levert enkele belangrijke nieuwe inzichten op. Zo blijken veel familiebedrijven behoorlijk te leunen op medewerkersloyaliteit. Niet-familiebedrijven investeren meer in hun werknemers via training en opleiding, en accepteren tegelijkertijd dat medewerkers hun carrière op enig moment weer buiten het bedrijf zullen voortzetten. Familiebedrijven bieden hun werknemers in de eerste plaats baanzekerheid en verwachten daar veelal een loyale houding voor terug.

Beter rendement
Familiebedrijven zijn, vreemd als het mag klinken, ook minder ‘familievriendelijk’. Ze doen minder om hun werknemers te helpen om carrière en gezinsleven te combineren dan hun tegenhangers. Zo is er minder vaak kinderopvang beschikbaar. Ook werken familiebedrijven significant minder vaak met flexibele werktijden dan niet-familiebedrijven.

Maar de belangrijkste conclusie is toch wel dat familiebedrijven op het gebied van werkgeverschap vaak nog kansen laten liggen. In de woorden van de onderzoekers: “Familiebedrijven kunnen hun financiële prestaties verbeteren door meer te investeren in werkgeverschap. Goed werkgeverschap hoeft niet alleen geld te kosten. Integendeel zelfs: uit dit onderzoek blijkt dat meer investeren in werknemers juist heel verstandig kan zijn. Beter werkgeverschap resulteert namelijk in een significant beter rendement: zowel het rendement op het totaal vermogen als het eigen vermogen blijken met enkele procenten te kunnen stijgen.”

Al met al concluderen de onderzoekers dat niet-familiebedrijven op diverse indicatoren beter scoren dan familiebedrijven; wereldwijd, en ook in Nederland. Maar er komen uit het onderzoek ook punten naar voren waarop het familiebedrijf als werkgever duidelijk beter scoort. Op het gebied van baanzekerheid bijvoorbeeld. Van de niet-familiebedrijven kondigde 58% in de onderzochte periode gedwongen ontslagen aan, tegenover slechts 34% van de familiebedrijven. Ook is het verloop aan de top bij familiebedrijven iets kleiner. In lijn daarmee ligt de vaststelling dat familiebedrijven minder vaak te maken hebben met personele conflicten dan niet-familiebedrijven. In de onderzochte periode kreeg 4% van de niet-familiebedrijven te maken met een staking, waarbij werkdagen verloren gingen. Slechts 2% van de familiebedrijven kampte met een staking. Werknemers van een familiebedrijf zijn dus veel minder snel bereid om het werk neer te leggen wanneer er discussies zijn met de bedrijfstop.

 

Op deze ‘management practices’ kunnen familiebedrijven nog winst behalen

Diversiteitsbeleid
Familiebedrijven zijn over het geheel genomen minder ‘inclusief’ dan niet-familiebedrijven. Anders gezegd: ze zijn sociaal conservatiever. Volgens de onderzoekers doen familiebedrijven er dan ook goed aan te investeren in een breed gedragen diversiteitsbeleid.

Training en opleiding
Familiebedrijven hebben minder aandacht voor training en opleiding dan niet-familiebedrijven. Familiebedrijven kunnen hier op verschillende aspecten winst behalen: door te investeren in een opleidingsbeleid en een actief loopbaanbeleid voor de medewerkers, maar ook door het zittend management vaker inhoudelijk bij te spijkeren.

Promotiebeleid
Het maken van promotie binnen het bedrijf blijkt voor werknemers iets gemakkelijker bij een niet-familiebedrijf: 41% heeft daar een duidelijk beleid voor tegenover 38% van de familiebedrijven. Het management van familiebedrijven zou hier meer op kunnen focussen.

Gezondheid en veiligheid
Familiebedrijven doen er goed aan meer te investeren in interne voorzieningen om problemen met (mentale) gezondheid en veiligheid van werknemers te identificeren en op te lossen.

Flexibele werktijden
Familiebedrijven bieden minder vaak faciliteiten aan hun werknemers om werk en privé te combineren. Het vaker aanbieden van kinderopvang en het invoeren van meer flexibele werktijden zouden familiebedrijven meer bij de huidige tijd brengen.

Duurzame bedrijfsketen
Van de niet-familiebedrijven hanteert 53% een actief arbeidsomstandighedenbeleid, dat onder meer moet toezien op het voorkomen van slavernij en kinderarbeid. Familiebedrijven zouden zo’n beleid breder moeten omarmen en ook hun businesspartners zoveel mogelijk moeten selecteren op basis van compatibiliteit met dat arbeidsomstandighedenbeleid. Ook het verzorgen van duurzaamheidstrainingen (ESG) aan leveranciers past hierin.

 

Reactie Rutger Ruigrok, Managing Director van NPM Capital:
“Bij NPM Capital hebben we ruime ervaring in het investeren in succesvolle familiebedrijven. Wat ik duidelijk herken is dat er binnen het familiebedrijf over het algemeen weinig verloop is. Er werken over het algemeen mensen voor wie baanzekerheid en het ‘clubgevoel’ zwaarder wegen dan een boven-marktconform salaris, een topzwaar pakket secundaire arbeidsvoorwaarden en een uitgestippeld carrièrepad. Dat er wat minder aandacht is voor training en opleiding zou misschien kunnen. Maar ik denk niet dat dat uit misplaatste zuinigheid voortkomt, maar uit een sterke pragmatische instelling die veel familiebedrijven kenmerkt. De focus ligt vaak puur op de business, en de rest eromheen wordt al snel als Spielerei beschouwd. In mijn beleving zijn familiebedrijven vaak succesvol juist omdat ze wat minder achter allerlei trends en hypes aanlopen. Dat tikje behoudende dat uit het onderzoek oprijst hoeft dus niet per se slecht te zijn, zolang het niet doorslaat. Het is prima als je iemand die niet goed functioneert een tweede kans geeft in een andere functie, maar je moet ook af en toe durven zeggen: sorry, het stopt hier. Op dat soort zaken proberen we directies van familiebedrijven altijd wel te challengen.”

Lees ook ‘Agro-innovator Lely wint Familiebedrijven Award 2019’