Overslaan en naar de inhoud gaan

De vloek van Moore

Categorie:
Innovatie & Verduurzaming

Datum:
7 mei 2020

In 1975 stelde Intel-oprichter Gordon Moore dat het aantal transistors op een microchip elke twee jaar zou verdubbelen – een voorspelling die bekend werd als de wet van Moore. Deze exponentiële groei zorgde ervoor dat alles wat computergestuurd is steeds kleiner, goedkoper en sneller geproduceerd kon worden en lag aan de basis van de digitale revolutie. Maar volgens Vaclav Smil, bijzonder hoogleraar Energietransitie en favoriet auteur van Bill Gates, is de wet van Moore niet alleen een zegen, maar in zekere zin ook een vloek.

Hoewel de houdbaarheid van de wet van Moore – althans op de langere termijn – door experts al enige tijd in twijfel wordt getrokken, is hij min of meer tot op de dag van vandaag geldig gebleken. Wat echter maar weinigen zich realiseren, is dat de wet van Moore onbedoeld ook onze verwachtingen over technologische vooruitgang in andere sectoren dan de chiptechnologie heeft beïnvloed. In werkelijkheid is de aanhoudende exponentiële groei van het aantal transistors op een microchip – 46% per jaar – de grote uitzondering, en niet van toepassing op de snelheid van onze voertuigen, innovaties in de geneeskunde en ook niet op de transitie naar duurzame energie, stelt Smil.

De bijzonder hoogleraar heeft genoeg voorbeelden uit andere sectoren om zijn stelling te onderbouwen. Zo werden de eerste commerciële gloeilampen door Edison verkocht in 1881; vergeleken met de ledlampen uit 2014 steeg het aantal lumen per watt met 2,6% per jaar. De energiekosten van onze metaalproductie zakten tussen 1950 en 2010 met slechts 1,7%. De snelheid van maisproductie stijgt met niet meer dan 2% per jaar. Waar auto’s in 1973 gemiddeld 5,7 kilometer op een liter benzine konden afleggen, was dat in 2010 15,6 kilometer – een jaarlijkse stijging van 2,5%. De meest aansprekende voorbeelden van bovengemiddelde groei zijn te vinden in de transportsector. Zo haalden de eerste intercontinentale schepen in 1900 een snelheid van 35 kilometer per uur. In 1958 legde een Boeing 707 dezelfde afstanden af met 885 kilometer per uur, een verbetering van 5,6% per jaar.

Smil noemt deze cijfers niet om te ontmoedigen, maar om onze verwachtingen bij te stellen: innovatie op het gebied van energie, materiaal en transport gaat weliswaar gestaag, maar ook langzaam - gemiddeld 1,5 tot 3% per jaar. Geen wonder dan ook dat hij serieuze vraagtekens plaatst bij hooggespannen verwachtingen ten aanzien van de energietransitie. In de duurzame energiesector worden volgens Smil nogal eens Moore-achtige scenario’s gebruikt als het gaat om het vergroenen van onze economie. Helaas behoren zonnepanelen, windmolens en aardwarmte-installaties niet tot het domein van de microchips, maar tot de domeinen van energie, materiaal en transport – domeinen die gekenmerkt worden door gestage, maar langzame vooruitgang. De wet van Moore is slechts van gelding in een zeer beperkt toepassingsgebied. Daarbuiten leidt hij eerder tot misplaatst optimisme, dan tot realistische scenario’s of voornemens.

Iets om in het achterhoofd te houden, gegeven de afspraak tussen Europese lidstaten om in 2030 70% van alle elektriciteit en 27% van alle energie (elektriciteit, gas en warmte) duurzaam op te wekken. Met de huidige ontwikkeling en toepassing van zonnepanelen en windenergie ziet Smil deze afspraak als praktisch onhaalbaar. Het verduurzamen van landen gaat niet in een exponentieel tempo en er moet nog op grote schaal geïnvesteerd worden voordat dergelijk doelstellingen haalbaar worden. 

Lees ook ‘Technologie is nooit de bottleneck’