Overslaan en naar de inhoud gaan

Bedrijven moeten inzetten op nieuwe ‘applied technology skills’

Categorie:
Leiderschap & Governance

Datum:
20 december 2018

De snelle ontwikkelingen op het gebied van robotisering en AI doen veel mensen vrezen voor hun baan in de toekomst. Maar volgens de Amerikaanse HRM-consultant Alexandra Levit gaan machines mensen niet zozeer vervangen, maar zal er sprake zijn van een nieuw level van mens/machinedynamiek. Wél moeten organisaties beseffen dat die interactie om specifieke vaardigheden vraagt – en daar nu al op inspelen.

Er was een tijd dat een professional vrijwel niets over technologie hoefde te weten (tenzij hij of zij voor een IT-bedrijf of op een IT-afdeling werkte). Een telefoon kunnen bedienen was voldoende. Vandaag de dag kunnen we ons dat nauwelijks meer voorstellen. Moderne professionals maken permanent gebruik van een complexe digitale infrastructuur die bestaat uit apps, zoekmachines, social media, company databases en intranetten – of dit nu is om nieuwe inzichten op te doen, samen te werken of problemen op te lossen. Voor Alexandra Levit is dit het bewijs dat mensen gaandeweg vertrouwd zijn geraakt met technologie-interfaces en – hoewel ze het zelf vaak niet als zodanig ervaren - effectief samenwerken met machines.

En die samenwerking zal in de toekomst alleen maar intensiever worden. Want anders dan vaak gedacht, zullen volgens Levit AI-toepassingen en robotsering in organisaties mensen als zodanig niet gaan vervangen. Wel zullen mensen, meer nog dan nu, moeten kunnen interacteren met technologie die geavanceerder is dan ooit tevoren.

Die vaardigheden om in die digitale wereld je weg te vinden en technologie in te zetten om doelen te bereiken duidt Levit aan als ‘applied technology skills’ (ATS) – vrij vertaald toegepaste technologische vaardigheden. Ze schrijft: ‘In other words, these are skills that integrate people, processes, data, and devices to understand how new technologies can effectively inform business strategy and react to unanticipated shifts in direction.’ Het vermogen om data te analyseren is een concreet voorbeeld van zo’n ‘applied technology skill’ – een vaardigheid die inmiddels in elke industrie en voor elke tactische of strategische functie essentieel is geworden, aldus de auteur.

Steeds hoger tempo

Levit is onder meer werkzaam voor de Career Advisory Board, een initiatief van de De Vry University in Downers Grove, Illinois. Dit instituut heeft recent onderzoek gedaan naar de vraag (1) in hoeverre bedrijven het hebben van ATS meewegen bij het aannemen van kandidaten voor senior-level functies, en (2) in hoeverre dit type medewerkers gemakkelijk te vinden is.

Niet geheel verwonderlijk blijkt het overgrote deel van de ondervraagde bedrijven het beschikken over toegepaste technologische vaardigheden en ervaring een ‘competitieve differentiator’ te vinden. Hoewel die vaardigheden niet voor elke functie in gelijke mate van belang zijn, vinden de ondervraagde bedrijven dat werknemers in het algemeen moeten begrijpen hoe ze softwaresystemen het beste kunnen gebruiken en integreren in hun dagelijks werk. Op de vraag hoe makkelijk werknemers met ATS te vinden zijn, is het evenmin verbazende antwoord: lastig. Wat zich hier volgens Levit wreekt is dat het vak informatietechnologie nog geen vast onderdeel is van het onderwijscurriculum. Ook het feit dat nieuwe technologieën in steeds hoger tempo hun intrede doen, maakt dat een groot deel van het (in dit geval Amerikaanse) personeelsbestand op enig moment in de carrière bijgeschoold moet worden in ATS.

‘ATS-bril’

In haar boek Humanity Works: Merging Technologies and People for the Workforce of the Future (Kogan Page, oktober 2018) geeft de auteur talloze adviezen en tips om verborgen bronnen van ATS-talent te ontdekken binnen en buiten de onderneming. In Levit’s woorden: ‘Your goal should be to build a community of human workers who are comfortable with – instead of threatened by – technology advances.’

Levit wijst erop dat organisaties er goed aan doen om de huidige competentie- en vaardighedentrainingen, maar ook de werving en selectie eens kritisch tegen het licht te houden. Want, zo zegt Levit, kijken met een ‘ATS-bril’ naar de medewerker van morgen is bij de meeste ondernemingen nog geen gemeengoed. En dat is riskant, want veel toegepaste technologische vaardigheden kunnen niet overnight aangeleerd worden.

Humanity Works: Merging Technologies and People for the Workforce of the Future (Kogan Page, oktober 2018). Als partner bij PeopleResults helpt Alexandra Levit Fortune 500 en overheidsorganisaties en hun leiders zich voor te bereiden op het werk van de toekomst.

Nieuwe vormen van werken

Ook het McKinsey Global Institute gelooft niet dat robots en automatisering in de plaats komen van werknemers. In een recent rapport bracht McKinsey 25 toekomstige kernvaardigheden op de werkplek in kaart in de VS, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Daaruit komt weliswaar naar voren dat de vraag naar technologische en digitale skills in 2030 met 55% zal stijgen, maar ook dat de vraag naar sociale en emotionele vaardigheden, zoals leiderschap en het managen van anderen, met 24% zal toenemen. Waar AI en robotisering wel negatieve impact gaan hebben, is in werkterreinen die een beroep doen op elementaire cognitieve vaardigheden (zoals het invoeren van data) en fysieke en manuele vaardigheden (zoals het werken met apparatuur). Hier verwacht McKinsey een afname van de vraag met 15%, respectievelijk 14%.

Eric Hazan, senior partner bij McKinsey & Company in Parijs en coauteur van het rapport, waarschuwt dat de verschuiving in gewenste vaardigheden de inkomensongelijkheid en de kloof tussen bedrijven die wel en niet toptalent kunnen aantrekken, verder kunnen vergroten. “Het sleutelwoord van het nieuwe tijdperk zal aanpassingsvermogen zijn”, aldus Hazan. “We gaan toe naar nieuwe vormen van werken, nieuwe structuren en nieuwe benaderingen. Werknemers en bedrijven moeten daarvoor openstaan en die omarmen.”

Lees ook ‘Digitale transformatie: de juiste route is cruciaal’