Overslaan en naar de inhoud gaan

Landen, aarden en wortelen in Gastenhuis Deurne

Categorie:
Healthy Life & Learning

Datum:
15 juli 2022

Het Gastenhuis biedt betaalbare woonzorg voor mensen met dementie, in een huiselijke sfeer en op locaties midden in de maatschappij. Ieder huis wordt geleid door een (echt)paar met een achtergrond in de zorg, dat naast het huis woont. Gastenhuis Deurne wordt sinds acht maanden gerund door Petro Klompen en Oswald Verleg, twee verpleegkundigen afkomstig van het Máxima Medisch Centrum. Over de overstap van een volledig gereguleerde werkomgeving naar eentje waar improviseren dagelijkse praktijk is.

‘De kunst is om mensen met dementie als volwaardige mensen te blijven zien en ze te respecteren als het individu dat ze zijn’

Gastenhuis Deurne is gevestigd in een schitterend gerestaureerd voormalig schoolgebouw aan de rand van het Brabantse dorp. Door de hoge ramen valt er overal zonlicht binnen en de sfeer doet eerder denken aan de lobby van een hip hotel aan de Amsterdamse grachten, dan aan een zorginstelling. Op deze plek geven Petro Klompen en Oswald Verleg leiding aan een team van 23 medewerkers, die samen een liefdevol thuis bieden aan 22 mensen met dementie. Voor Klompen en Verleg was dit een grote stap. Ze zijn weliswaar ook privé al meer dan 25 jaar een koppel en werkten in het verleden voor dezelfde werkgever (zij het allebei op een andere afdeling), maar op een dagelijkse basis intensief samenwerken deden ze niet eerder. “Gelukkig kennen we elkaar van haver tot gort en weten we heel goed wat we aan elkaar hebben”, zegt Verleg. “We hebben gedurende de dag vaak aan één blik genoeg. We weten van elkaar waar ieders kracht ligt en waar we minder goed in zijn, en kunnen elkaar daarin bijstaan.”

Dat die samenwerking intensief is, blijkt al uit het feit dat Klompen en Verleg vrijwel alle belangrijke taken samen uitvoeren. “Wat we in ieder geval samendoen zijn de sollicatiegesprekken met nieuwe medewerkers, en de kennismaking met nieuwe aspirant-bewoners”, zegt Verleg. “Vanuit mijn achtergrond neem ik dan het administratieve traject voor mijn rekening – het is natuurlijk wel ‘welkom in zorgland’ hier – en doen we samen het inhoudelijke traject. Ofwel: is er een ‘match’, zou de persoon hier passen? Gelukkig zitten we wat dat betreft doorgaans op dezelfde lijn. We zijn immers een woonzorgvorm zonder behandeling. Wat ons betreft draait het erom dat mensen de gelegenheid moeten krijgen om te landen, te aarden en te wortelen. Dat betekent dat ze hier eigen regie hebben, kunnen participeren in een woongemeenschap en dat ze hier veiligheid en comfort ervaren. Als je iemand binnenhaalt die allerlei complexe gedragsproblemen heeft, dan werkt dat verstorend voor de rest van de woongroep.”

Klompen: “We gaan dan echt het gesprek aan met de familie of wij wel de juiste woonzorgvorm zijn voor vader of moeder. Soms is dat lastig, maar we hebben hier een opendeurbeleid en dat maakt dat we sommige mensen helaas geen onderdak kunnen bieden.”

Met de poten in de klei
Verleg en Klompen verzorgen ook altijd samen de rondleidingen voor aspirant-bewoners en hun directe familieleden. Wat daarbij zeker helpt, is dat beiden in het verleden al veel in de dementiezorg gewerkt hebben en dus goed weten wat er speelt. Verleg: “Als je die ervaring meeneemt in de benadering van aspirant-bewoners en hun vangnet, dan merk je dat dat met de familieleden iets doet. Dat je laat merken dat je snapt dat de beslissing om iemand uit huis te plaatsen vaak gepaard gaat met allerlei twijfels en schuldgevoelens – is dit de juiste beslissing? Zal pa of ma hier wel kunnen wennen? En ga zo maar door.” Klompen vult aan: “We proberen altijd aan het eind van het intakegesprek elk familielid bij de eigen voornaam aan te spreken en drukken hen nadrukkelijk op het hart: zorg ook goed voor jezelf. Dit is een ‘rouwproces bij leven’, je bent in een nieuwe fase waar van alles bij komt kijken en je doet dit als familie vanuit de beste bedoelingen. Dat is vaak best een emotioneel moment.”

Beide mannen draaien ook geregeld een dagdeel mee in de reguliere zorg, niet alleen om de teamleden en de bewoners beter te leren kennen, maar ook om de dagelijkse zorgplannen zo nodig nog te kunnen aanscherpen. Verleg: “Ik zeg altijd: mensen op de werkvloer bepalen het succes van de organisatie. En wij vinden dat we dat ook zelf moeten ervaren, met de poten in de klei. We houden met zijn allen één huishouden draaiende, met alles wat daarbij komt kijken. Als het nodig is, trek ik een paar huishoudhandschoenen aan en maak ik het toilet schoon. Als je dat niet doet, dan denk ik dat je als teamleiding heel snel van je voetstuk valt.” Klompen: “En nee, we zijn geen heiligen. Soms denken we ook: dit of dat moeten we volgende keer anders aanpakken.”

Strakke procedures
Op de vraag of ze gemakkelijk aan gekwalificeerd zorgpersoneel kunnen komen, zegt Klompen: “Nog vóór dat we feitelijk gestart waren, ontplofte onze mailbox met sollicitanten – zoveel dat we goede mensen hebben moeten laten lopen. Inmiddels wordt het wel iets lastiger, al mogen we nog steeds niet klagen. Teamwisselingen zijn inherent aan iets nieuws opstarten. We merken dat sommige professionals het lastig vinden om onze aanpak te omarmen: ze zijn gewend om volgens strakke procedures te werken, met vijftien minuten voor iedere client en standaardmandjes met hulpmiddelen. Maar zo gaat het hier niet: mensen hebben hier een eigen appartement en bepalen zelf wat er in het badkamerkastje staat. En als ze zin hebben om pas om half elf op te staan, dan is dat prima. Wij zijn te gast in de appartementen van de bewoners, niet andersom.” Verleg: “Je kunt nog zo zorgvuldig zijn in de sollicitatieprocedure, maar soms matcht het niet en dan moet je ook afscheid van elkaar kunnen nemen. We hebben ook mensen moeten laten gaan die managementervaring hadden en ergens anders een betere baan konden krijgen. Wat dat betreft zijn we net een gewoon bedrijf.”

Hoewel Verleg en Klompen toegeven af en toe ‘op hun wenkbrauwen te lopen’, zijn ze voor hun gevoel helemaal op hun plek. “Het is een wondere wereld, de dementiezorg. Geen enkele dag is hetzelfde. We beginnen elke dag weer met een enorme to-do-list en vinken die gedurende de dag af, met veel plezier en humor en veel improviseren. En we zijn blij met de kleine, onverwachte dingen die gebeuren”, aldus Verleg. “Zoals een bewoner die normaal gesproken vrij humeurig is en die ineens uit volle borst ‘lang zal zij leven’ staat te zingen voor een medebewoonster die jarig is. En zij zegt vervolgens dat het de mooiste verjaardag uit haar leven is. Dat is gewoon geweldig, daar doe je het voor.” Klompen: “En we zijn er inmiddels ook aan gewend dat het niet elke dag volledige harmonie is. We hebben avonden dat we hier aan tafel zitten en dat er alleen maar gemopperd wordt, en dat de ene bewoner zich ergert aan de andere en dat dat clasht. In het begin denk je nog ‘oei’. Maar soms mag het best even knallen, die prikkel moet er óók zijn.”

Recentelijk moesten Klompen en Verleg voor het eerst afscheid nemen van een bewoner die in het complex was overleden. “Daarvoor hebben we hier in huis een prachtige uitvaart georganiseerd, waarbij we alle bewoners betrokken hebben”, zegt Klompen. “Daarna is hij met alle egards door de voordeur naar buiten gedragen. En op dezelfde manier verwelkomen we nieuwe bewoners, met alle egards door er letterlijk de rode loper voor uit te leggen. De kunst is om mensen met dementie als volwaardige mensen te blijven zien, en ze te respecteren als het individu dat ze zijn, met hun hele verleden en prachtige verhalen. Het is geweldig als je daarbij kunt aansluiten en in staat bent om hen nog kleine momenten van geluk te schenken. Dat maakt dit een prachtig beroep.”